Plato - Herinneren wie we werkelijk zijn
- danielleverstraate
- 2 uur geleden
- 2 minuten om te lezen
Plato leefde in het oude Griekenland, ongeveer 2400 jaar geleden. Hij was leerling van Socrates en zijn ideeën hebben het westerse denken diep beïnvloed. Toch voelen veel van zijn inzichten verrassend tijdloos.

In zijn filosofie draait veel om het onderscheid tussen schijn en werkelijkheid. Volgens Plato zien wij meestal slechts de buitenkant van dingen – een soort schaduwwereld – terwijl er een diepere werkelijkheid bestaat achter wat we met onze zintuigen waarnemen. We raken gemakkelijk verstrikt in wat we zien, denken en geloven, zonder ons af te vragen wat daaronder ligt. Dit wordt prachtig verbeeld in zijn beroemde allegorie van de grot. Plato beschrijft mensen die hun hele leven vastgeketend in een grot zitten. Ze kijken naar een muur voor zich. Achter hen brandt een vuur, en tussen dat vuur en de gevangenen bewegen anderen met allerlei voorwerpen langs. De schaduwen van die voorwerpen verschijnen op de muur.
Omdat de gevangenen niets anders kennen, denken ze dat die schaduwen de werkelijkheid zijn.
Pas wanneer iemand zich losmaakt en zich omdraait, ontdekt hij dat wat hij zag slechts projecties waren. Eerst ziet hij het vuur, en uiteindelijk het daglicht buiten de grot. Stap voor stap beseft hij dat de werkelijkheid veel groter is dan wat hij altijd heeft gedacht.
Voor mij raakt dit direct aan advaita en yoga. In advaita spreken we vaak over het verschil tussen identificatie en herkenning. We raken geïdentificeerd met lichaam, gedachten, emoties en rollen. We geloven dat dat is wie we zijn. Maar advaita nodigt ons uit om een eenvoudige maar radicale vraag te stellen: Wie ben ik werkelijk? Ben ik mijn gedachten?Ben ik mijn verhalen?Of ben ik datgene wat al deze ervaringen waarneemt?
Net als bij Plato gaat het niet om iets nieuws worden, maar om ontwaken uit een misverstand. Om het loslaten van de overtuiging dat de schaduwen – onze gedachten, verhalen en conditioneringen – de volledige waarheid zijn. Yoga kan dan een heel andere betekenis krijgen. Niet als een manier om een beter, sterker of rustiger ‘zelf’ te maken, maar als een subtiel proces van herinneren. Van ons omdraaien. Van onze aandacht verschuiven van de beelden op de muur naar het licht dat ze zichtbaar maakt.
Plato noemde de hoogste werkelijkheid “het Goede” – dat wat alles verlicht en kenbaar maakt. In advaita zouden we misschien spreken van het Zelf, pure aanwezigheid, het bewustzijn waarin alle ervaringen verschijnen.
Wat mij inspireert in Plato is zijn vertrouwen dat waarheid niet gecreëerd hoeft te worden, maar herkend. Dat wijsheid eigenlijk een vorm van herinnering is. En dat bevrijding begint met de moed om je om te draaien. Misschien is dat ook wat we telkens doen wanneer we op de mat stappen. Niet om iets toe te voegen.Niet om iemand anders te worden.
Maar om stil te worden.En iets te zien wat er altijd al was.



