De adem als ingang tot bewustzijn
- danielleverstraate
- 5 uur geleden
- 2 minuten om te lezen

In yogabeoefening zijn we vaak gericht op doen: houdingen uitvoeren, de adem sturen, spanning loslaten. Toch is er een moment waarop de adem niet langer iets is wat we gebruiken, maar iets wat ons uitnodigt tot een dieper onderzoek. Wanneer de adem de basis wordt en er ruimte ontstaat voor verstilling, opent zich een andere vraag:
Wat is zich bewust van de adem?
De adem verschijnt vanzelf
De adem komt en gaat zonder inspanning. Net als lichamelijke sensaties en gedachten verschijnt hij vanzelf in onze ervaring. In deze benadering van yoga is de oefening niet om de adem te verbeteren of te controleren, maar om haar te observeren zoals zij is.
De adem ademt zichzelf.Het lichaam voelt zichzelf. Gedachten bewegen vanzelf. En te midden van dit alles is er bewustzijn.
Van sturen naar luisteren
Wanneer de aandacht rust bij de adem, verschuift yoga van prestatie naar aanwezigheid. De houding wordt geen doel meer, maar een context waarin de adem gevoeld wordt. Er hoeft niets gecorrigeerd te worden. De uitnodiging is om te luisteren, niet om te sturen.
Zelfonderzoek ontstaat hier op een natuurlijke manier. Niet door analyse, maar door open aandacht. Door eenvoudig te merken wat er gebeurt ā zonder oordeel, zonder ingrijpen.
Wie ademt er eigenlijk?
Op een dieper niveau nodigt de adem uit tot een subtiele vraag:Wie of wat is zich bewust van deze ademhaling?
De waarnemer blijkt geen persoon te zijn en geen āikā dat iets doet. Het is het open veld waarin de adem verschijnt en weer verdwijnt. Dit is de kern van Advaita in yoga: het herkennen van bewustzijn als dat wat altijd al aanwezig is, ongeacht wat er gebeurt.
De adem als leraar
De adem vraagt niets. Ze bewijst niets. Ze is eenvoudig aanwezig. In die eenvoud wijst ze voortdurend terug naar stilte en ruimte. Naar dat wat niet hoeft te veranderen om compleet te zijn.
Wanneer we dit regelmatig oefenen, verandert yoga van karakter. Het wordt geen project van verbeteren, maar een herinnering. Een herinnering dat je niet de adem bent, niet het lichaam, niet de gedachten ā maar datgene wat zich van dit alles bewust is.
En misschien is dat precies wat de adem ons steeds opnieuw laat voelen:dat wat we zoeken, al ademend aanwezig is ā hier, nu, en altijd.



